GRISAILLES - Een roadtrip door de Borinage
Mijn afstudeerproject Specialisatie Fotokunst aan de Kunstacademie van Geraardsbergen
Eind jaren tachtig verhuisden wij van Aalst naar Geraardsbergen. Plotseling was de taalgrens niet langer meer een lijn op papier maar een buur. Al fietsend langs de Dender en verder zuidwaarts richting Blaton groeide langzamerhand mijn nieuwsgierigheid naar dit andere land dat vlakbij lag maar toch ook zo ver weg, aan de andere kant van een taalgrens. Nieuwsgierigheid werd interesse en zo groeide het idee voor dit project.
Ik reisde er zo’n vijftienhonderd kilometer voor. Elke reis begon met plannen, routes, stippen op een kaart. Aanvankelijk sleep je vooroordelen mee die werken als filters. Je kijkt anders naar de ander dan naar jezelf; kritischer of juist toegeeflijker, mild waar je thuis streng bent, scherp waar je anders wegkijkt. Maar geleidelijk aan besef je dat de grens die je dacht over te steken er nooit was.
Het gezicht van een streek die leefde van arbeid ondergronds draagt altijd de littekens van wat er boven is achtergebleven. Restanten van fabrieken, karkassen van gebouwen en de huizen die als satellieten rond deze reuzen stonden. Er zijn er nog, ruïnes van mijnsites, brokstukken van een verleden dat men heeft afgelegd. ,Overlevenden die niet door bulldozers zijn uitgewist, niet gladgestreken in de drift naar een nieuw begin.
Uit het afval van de aarde boetseerde de tijd de terril, bepalend voor het visueel karakter van de streek. Als je hem beklimt begint hij te spreken. Dan voel je de onvoorstelbare hoeveelheid rots, gruis en zweet die nodig was om hem hier te stapelen. De Saint-Antoine bijvoorbeeld, drieëndertig miljoen kubieke meter steen waarop je kan verdwalen. Je wordt er erg stil en begrijpt dat je nooit ten volle zal kunnen vatten hoeveel pijn, miserie en dood nodig waren om deze reuzen vorm te geven.
Als je ronddwaalt op de terrils zie je hem eerst niet. Pas wanneer je vaker komt valt hij op. De berk, witstammig, tenger, met bladeren die ruisen als gefluister. Hij is de pionier, de eerste die zich durft te wortelen in de vijandige grond. Hij vereenzelvigt de weerbaarheid die nodig is om hier te overleven.
Soms loop je tegen plekken aan die je niet had verwacht, waar het verhaal wordt verteld van de mensen die er wonen. Zoals Hang’Arts in Quaregnon, een werkplaats, een toevlucht voor wie schildert, last, hakt, boetseert of brons giet. Maar evenzeer de religie, zichtbaar aanwezig in een streek die je eerder arbeidersrood zou schilderen. In Quaregnon staat een grote Lourdesgrot. In Petit-Wasmes vieren ze in de Pinksterweek de Pucelette, vier dagen Mariaverering als een copy-paste uit een ander tijdperk.
Dit project is geen ode aan de Borinage en ook geen encyclopedisch visueel overzicht van het verleden en heden van de streek. Het zijn fragmenten uit een groter verhaal dat niet in één boek te vatten is. Het gaat over verval en over schoonheid, maar evenzeer over de weerbaarheid van een gemeenschap die in een veranderende wereld standhoudt.
Marc Temmerman
Mei 2026